ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9264
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Sri Lankaanse minderjarigen wegens onvoldoende persoonlijke vervolgingsdreiging en adequate opvang in land van herkomst
Eiser en eiseres, twee minderjarige Sri Lankaanse Tamils, vroegen asiel en een verblijfsvergunning in Nederland wegens vrees voor vervolging door de LTTE en de Sri Lankaanse autoriteiten. De rechtbank beoordeelde hun persoonlijke situatie, verklaringen en de situatie in Sri Lanka.
Hoewel zij enkele incidenten met de LTTE en autoriteiten beschreven, vond de rechtbank deze niet zwaarwegend of structureel genoeg om vluchtelingenstatus te verlenen. De verklaringen waren deels tegenstrijdig, maar gezien hun leeftijd werd hieraan minder gewicht toegekend. Er was ook geen aanwijzing dat zij zelf in negatieve belangstelling stonden.
De rechtbank oordeelde verder dat er geen sprake was van een schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer. Ten aanzien van het ama-beleid stelde de rechtbank vast dat adequate opvang in Sri Lanka aanwezig is, met name via het Department of Probation and Child Care Services in Colombo, dat opvangvoorzieningen biedt aan minderjarige uitgeprocedeerde asielzoekers.
De rechtbank concludeerde dat de bestreden besluiten tot weigering van asiel en verblijf terecht zijn genomen en verklaarde de beroepen ongegrond. Er werd geen kostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De beroepen van de minderjarige asielzoekers zijn ongegrond verklaard en de weigering tot toelating als vluchteling en verblijfsvergunning gehandhaafd.