ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9253
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot voorlopige voorziening en bezwaar in asielzaak Dublin-overdracht aan Italië
Verzoeker, een asielzoeker uit de Federatieve Republiek Joegoslavië, diende een aanvraag om vluchtelingenstatus in Nederland in, welke werd afgewezen door de Staatssecretaris van Justitie. Verzoeker betoogde dat Italië, het verantwoordelijke Dublinland, in strijd met artikel 3 EVRM Pro handelt en dat daarom overdracht niet passend is.
De rechtbank onderzocht de Italiaanse regelgeving en rechtspraak omtrent de bescherming tegen foltering en onmenselijke behandeling en concludeerde dat deze voldoet aan de eisen van het EVRM, mede op basis van informatie van Italiaanse autoriteiten en een gespecialiseerd advocatenkantoor. Verzoeker slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij in Italië was uitgeprocedeerd of dat er sprake was van relevante feiten die niet in Italië waren meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat geen redelijke twijfel bestaat over het ontbreken van gevaar voor vervolging of schending van artikel 3 EVRM Pro bij overdracht aan Italië. Het bezwaar van verzoeker werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het bezwaar wordt ongegrond verklaard.