ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9217
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen bewaring vreemdeling en schadevergoeding
De vreemdeling, in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 26 van Pro de Vreemdelingenwet, had tijdens een strafrechtelijk verhoor aangegeven asiel te willen aanvragen. De rechtbank constateert echter dat er geen daadwerkelijke asielaanvraag is ingediend. Verweerder dient binnen een redelijke termijn na deze verklaring actie te ondernemen, maar deze termijn was nog niet verstreken toen het proces-verbaal werd ontvangen.
De vreemdeling had eerder al een asielaanvraag gedaan die was afgewezen en wist hoe het proces werkt. De rechtbank oordeelt dat de transactie van 8 juni 2000 geen redelijk vertrouwen gaf dat verblijf in Nederland was toegestaan, omdat sprake was van een poging tot uitreis met een vals reisdocument.
Verder is vastgesteld dat de vreemdeling geen geldige verblijfs- of identiteitspapieren heeft en wordt verdacht van een strafbaar feit, wat de inbewaringstelling rechtvaardigt. De uitzetting wordt voortvarend voorbereid, ondanks onduidelijkheid over de nationaliteit van de vreemdeling.
Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat de bewaring niet is opgeheven. De rechtbank verklaart het beroep tegen de bewaring ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.