ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9162
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling intrekking voorwaardelijke vergunning verblijf Irakse asielzoeker
Eiser, een Iraakse asielzoeker afkomstig uit Centraal-Irak en Armeens-Christelijk, verzocht om toelating als vluchteling en een vergunning tot verblijf. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie, wees de aanvraag af en trok de voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv) in op grond van het beleid dat Irakezen een binnenlands vestigingsalternatief in Noord-Irak hebben.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd dat eiser zich in Noord-Irak onder niet-abnormale omstandigheden een menswaardig bestaan kan leiden, mede omdat eiser geen familie- of politieke banden met Noord-Irak heeft. Het ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken bood geen nieuwe feitelijke grondslag om het beleid te rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover het de weigering van een vergunning tot verblijf betreft en vernietigde dat gedeelte van de beschikking. Verweerder werd opgedragen een nieuwe beschikking te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het beroep tegen de beschikking van 26 januari 2000 werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard voor het deel dat ziet op de weigering van een verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering van het binnenlands vestigingsalternatief.