ECLI:NL:RBSGR:2000:AA8841
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verlenging verblijfsvergunning na verbreking huwelijk
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, verzocht om verlenging van zijn verblijfsvergunning na feitelijke verbreking van zijn huwelijk met een Nederlandse partner. De Staatssecretaris van Justitie wees dit verzoek af omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij beschikte over werk voor ten minste één jaar, zoals vereist volgens het beleid in de Vreemdelingencirculaire.
Eiser betoogde dat hij sinds 1995 feitelijk werkzaam was bij dezelfde werkgever via verschillende contracten en dat het karakter van zijn arbeidsovereenkomst niet onzeker was. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom niet van het beleid mocht worden afgeweken, gelet op de arbeidsverleden van eiser en eerdere verlenging van zijn vergunning onder vergelijkbare omstandigheden.
De rechtbank stelde vast dat eiser slechts een korte periode niet voldeed aan de vereisten en dat hij geen beroep had gedaan op openbare middelen. De enkele omstandigheid dat eiser de verbreking van het huwelijk niet onverwijld had gemeld, kon niet meer tegen hem worden gebruikt. Het besluit werd vernietigd wegens strijd met het motiveringsbeginsel en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werden de proceskosten en het griffierecht aan eiser toegekend.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van verlenging van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en een nieuw besluit wordt gelast.