ECLI:NL:RBSGR:2000:AA8840
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking voorwaardelijke verblijfsvergunningen Iraakse asielzoekers
Verzoekers, een Iraakse staatsloze man en zijn Iraakse vrouw met twee minderjarige dochters, hadden aanvragen ingediend voor vluchtelingenstatus en verblijfsvergunning. Deze werden afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid, maar zij kregen een voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv). Verweerder trok deze vergunningen in maart 1999 in, omdat de situatie in Noord-Irak was verbeterd en als veilig werd beschouwd.
Verzoekers maakten bezwaar tegen de intrekking en vroegen om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen. De rechtbank overwoog dat het niet zonder nadere motivering kan worden aangenomen dat verzoekers zich zonder familie-, gemeenschaps- of politieke banden in Noord-Irak kunnen vestigen. Bovendien is verzoeker statenloos en is de situatie van zijn gezin bijzonder.
De rechtbank concludeerde dat het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft en dat uitzetting hangende het bezwaar niet mag plaatsvinden. De voorlopige voorziening werd daarom toegewezen, verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht werd aan verzoekers vergoed.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting wordt verboden totdat op bezwaar is beslist.