ECLI:NL:RBSGR:2000:AA8832
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vluchteling naar Oostenrijk wegens medische en humanitaire gronden
Verzoekster, een Bosnische vluchteling, had een aanvraag ingediend voor toelating als vluchteling en een verblijfsvergunning op humanitaire gronden, welke door de IND werden afgewezen. De uitzetting naar Oostenrijk, verantwoordelijk op grond van het Dublin-verdrag, werd opgeschort in afwachting van nader onderzoek.
De president van de rechtbank toetste het besluit tot uitzetting mede aan medische rapporten, waaronder een rapport van Amnesty International dat een chronische posttraumatische stressstoornis bij verzoekster vaststelde. De medische advisering door het Bureau Medische Advisering werd als onzorgvuldig beoordeeld, omdat niet adequaat werd ingegaan op de hulpbehoevendheid van verzoekster ten opzichte van haar in Nederland verblijvende zoon.
De rechtbank oordeelde dat de uitzetting niet in redelijkheid kon worden uitgevoerd voordat het bezwaar was beslist, en gelastte de opschorting van de uitzetting tot vier weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd de Staat der Nederlanden aangewezen als rechtspersoon voor de vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: De rechtbank gelast opschorting van de uitzetting van verzoekster naar Oostenrijk tot vier weken na beslissing op bezwaar.