ECLI:NL:RBSGR:2000:AA8385
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek en beroep tegen vrijheidsontneming Nigeriaanse verzoeker
De zaak betreft het beroep van een Nigeriaanse asielzoeker tegen de weigering van zijn vluchtelingenstatus en een verblijfsvergunning op humanitaire gronden, alsmede tegen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie. De verzoeker betoogde dat hij vanwege zijn gemengde etnische afkomst en betrokkenheid bij de Odua People's Congress (OPC) gevaar liep in Nigeria, mede door een massaslachting waarbij hij als verrader werd beschouwd.
De rechtbank oordeelde dat de verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk gevaar liep voor vervolging door de Nigeriaanse autoriteiten of de OPC. De geloofwaardigheid van zijn vluchtverhaal werd deels aangetast door het ontbreken van identiteits- en reisdocumenten, maar dit was niet voldoende om het gehele verhaal ongeloofwaardig te achten. Ook werd geoordeeld dat de vrijheidsontnemende maatregel rechtmatig was opgelegd en voortgezet.
De rechtbank wees het beroep ongegrond, verwierp het verzoek om voorlopige voorziening en de schadevergoeding. De uitspraak werd gedaan door de fungerend president Lycklama à Nijeholt op 7 september 2000. Hoger beroep is alleen mogelijk voor het deel inzake schadevergoeding.
Uitkomst: Het beroep van de Nigeriaanse asielzoeker wordt ongegrond verklaard en de vrijheidsontnemende maatregel bevestigd.