ECLI:NL:RBSGR:2000:AA8383
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.J. Buijsman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek en voorlopige voorziening wegens gebrek aan gegronde vrees voor vervolging
Verzoeker, een Iraanse nationaliteit, heeft meerdere asielaanvragen ingediend die door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) zijn afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid en gebrek aan klemmende humanitaire redenen. Na bezwaar en een verzoek om voorlopige voorziening heeft de rechtbank de zaak inhoudelijk onderzocht.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de door verzoeker overgelegde documenten niet authentiek zijn, mede op basis van een ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken. Verzoekers relaas over bedreiging en mishandeling in Iran is onvoldoende om hem als vluchteling aan te merken, mede omdat hij het land legaal heeft verlaten en er geen concrete aanwijzingen zijn dat hij een reëel risico loopt op vervolging.
Verzoeker deed tevens een beroep op het gelijkheidsbeginsel vanwege vermeende inconsistenties in het beleid van de IND, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet betekent dat foutieve beslissingen moeten worden voortgezet. Er zijn geen klemmende humanitaire redenen voor verblijf en het verzoek om voorlopige voorziening en asiel wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening en asielaanvraag worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van gegronde vrees voor vervolging en onauthenticiteit van documenten.