ECLI:NL:RBSGR:2000:AA8271
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking en opheffing vrijheidsontnemende maatregel in asielprocedure
Verzoekster, samen met haar drie minderjarige kinderen, diende een asielaanvraag in die werd afgewezen door de Staatssecretaris van Justitie. De beschikking van 10 juli 2000, genomen in het kader van de AC-procedure, weigerde toelating als vluchteling en een verblijfsvergunning om humanitaire redenen. Tevens werd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd vanaf 7 juli 2000.
De rechtbank oordeelde dat de asielaanvraag niet binnen de 48-uursprocedure met de vereiste zorgvuldigheid kon worden behandeld, mede omdat niet is gebleken dat de Staatssecretaris contact heeft opgenomen met de Belgische autoriteiten over een overnameverzoek op grond van artikel 9 van Pro de Overeenkomst van Dublin. Hierdoor was het besluit onzorgvuldig en werd het beroep gegrond verklaard.
Daarnaast werd de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig geacht vanaf 10 juli 2000, waarna deze werd opgeheven en een schadevergoeding van 1.000 gulden werd toegekend. De rechtbank veroordeelde de Staat tot betaling van proceskosten en griffierechten en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
De uitspraak werd gedaan door de fungerend president J.F. Miedema op 20 juli 2000, en tegen de beslissing inzake schadevergoeding staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.
Uitkomst: De beschikking van 10 juli 2000 wordt vernietigd, de vrijheidsontnemende maatregel opgeheven en schadevergoeding toegekend.