ECLI:NL:RBSGR:2000:AA8054
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.C.A. Walda
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor opvang asielzoekster bij COA
Verzoekster, een Russische asielzoekster, diende op 11 augustus 1995 een eerste asielaanvraag in die door de rechtbank in 1998 ongegrond werd verklaard. Op 26 juni 2000 diende zij een tweede asielaanvraag in, gebaseerd op nieuwe problemen die zij na terugkeer in Rusland ondervond. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie, weigerde verzoekster aan te melden bij het Centraal Opvang Orgaan Asielzoekers (COA) voor opvang, stellende dat het om een herhaalde aanvraag ging waarop geen recht op opvang bestond volgens de Regeling verstrekkingen asielzoekers (RVA).
De president van de rechtbank overwoog dat het achterwege laten van de melding bij het COA een beschikking is waartegen bezwaar kan worden gemaakt. Voorts werd vastgesteld dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom verzoekster geen opvang zou moeten krijgen. De interpretatie van verweerder dat een tweede aanvraag altijd recht op opvang uitsluit, strookt niet met de doelstelling van de RVA, die opvang koppelt aan de eerste asielaanvraag waarbij opvang is verleend.
Omdat verzoekster nog niet eerder in een opvangcentrum was opgenomen en haar tweede aanvraag gebaseerd is op nieuwe omstandigheden na terugkeer in Rusland, oordeelde de president dat dit niet als een herhaalde aanvraag in de zin van de RVA kan worden beschouwd. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en werd verweerder opgedragen verzoekster aan te melden bij het COA voor opvang. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de Staatssecretaris van Justitie verzoekster aan te melden bij het COA voor opvang.