ECLI:NL:RBSGR:2000:AA8053
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid bewaring en uitzetting vreemdeling met afgewezen vluchtelingenstatus
De vreemdeling, van Joegoslavische nationaliteit, is op 5 juli 2000 in bewaring gesteld wegens illegaal verblijf en verdenking van een strafbaar feit. Op 12 juli 2000 diende hij een aanvraag om vluchtelingenstatus in, die op 4 augustus 2000 werd afgewezen. Tegen deze afwijzing werd beroep ingesteld.
De rechtbank beoordeelde of de kennisgeving van het voortduren van de bewaring binnen de wettelijke termijn was gegeven. Hoewel de kennisgeving een dag te laat was, oordeelde de rechtbank dat dit de belangen van de vreemdeling niet schaadde en geen reden gaf tot opheffing van de bewaring. Verder was er volgens de rechtbank voldoende zicht op uitzetting, mede omdat het Openbaar Ministerie geen bezwaar had tegen uitzetting na afsluiting van het strafrechtelijk onderzoek.
De rechtbank vond dat de bewaring gerechtvaardigd was wegens het ontbreken van geldige verblijfsdocumenten, het illegaal verblijf van de vreemdeling, het ontbreken van een vaste woonplaats en het ernstige vermoeden dat de vreemdeling zich aan uitzetting zou onttrekken. De rechtbank concludeerde dat de bewaring en uitzetting niet in strijd waren met de Vreemdelingenwet en dat het belang van de openbare orde de bewaring rechtvaardigde. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en de bewaring en uitzetting worden als rechtmatig bevestigd.