ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7468
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.E. Heijning-Huydecoper
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige staandehouding en opheffing maatregel van bewaring vreemdeling
De vreemdeling, van Palestijnse afkomst en verblijvend in een penitentiaire inrichting, werd op 24 maart 2000 staande gehouden en in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet. Hij stelde beroep in tegen de maatregel van bewaring en vorderde tevens schadevergoeding. De vreemdeling voerde aan dat de staandehouding onrechtmatig was omdat er geen concrete aanwijzingen voor illegaal verblijf waren en niet alle aanwezigen in het restaurant waar hij werd staande gehouden, waren gecontroleerd.
De rechtbank onderzocht de aangevoerde concrete aanwijzingen, waaronder eerdere onderzoeken en signalen van derden over illegaal verblijf en illegale arbeid in het restaurant. Hoewel deze aanwijzingen aanwezig waren, ontbrak het dossier aan gegevens over het aantal aanwezigen en of iedereen was gecontroleerd, waardoor toetsing op discriminatoir karakter niet mogelijk was.
De rechtbank concludeerde dat de staandehouding onrechtmatig was en dat de maatregel van bewaring daarom per 7 april 2000 moest worden opgeheven. Over het verzoek om schadevergoeding zal later worden beslist. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De maatregel van bewaring wordt opgeheven wegens onrechtmatige staandehouding met ingang van 7 april 2000.