ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7455
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering verblijfsvergunning en ongewenstverklaring na verbreking huwelijk en strafrechtelijke veroordeling
Eiser, een vreemdeling van Ghanese nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van voortgezet verblijf na verbreking van zijn huwelijk. Verweerder weigerde dit en verklaarde eiser ongewenst vanwege een onherroepelijke veroordeling tot een gevangenisstraf van meer dan drie jaar.
De rechtbank oordeelde dat het huwelijk sinds 5 juni 1992 feitelijk was verbroken, waardoor de verblijfsstatus van eiser was komen te vervallen. Daarnaast was eiser veroordeeld tot twee jaar en zes maanden gevangenisstraf voor een opzettelijk misdrijf gepleegd tijdens zijn verblijf in Nederland. Dit rechtvaardigde de ongewenstverklaring volgens het beleid en de Vreemdelingenwet.
Eiser voerde aan dat zijn ongewenstverklaring niet correct was bekendgemaakt en dat zijn terugkeer naar Ghana onevenredig hard zou zijn. De rechtbank verwierp deze bezwaren, stellende dat eiser niet had aangetoond dat terugkeer onredelijk was en dat het formele gebrek in bekendmaking niet tot nietigheid leidde.
Ook het beroep op het driejarenbeleid faalde vanwege een strafbaar feit gepleegd tijdens de driejarentermijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de verblijfsvergunning en de ongewenstverklaring is ongegrond verklaard.