ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7445
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep en voorlopige voorziening in asielzaak Congo-Brazzaville met vrijheidsontneming
Verzoeker, een Congolese staatsburger, verzocht om asiel en een verblijfsvergunning op humanitaire gronden. De Staatssecretaris van Justitie wees dit verzoek af op basis van een actueel ambtsbericht waarin de situatie in Congo-Brazzaville als gestabiliseerd werd beschouwd. Verzoeker voerde aan dat terugkeer onveilig is vanwege zijn politieke activiteiten en betrokkenheid bij de oppositie, zowel in Congo als vanuit Wit-Rusland.
De rechtbank oordeelde dat de algemene situatie in Congo-Brazzaville niet langer zodanig onveilig is dat asielverlening op die grond gerechtvaardigd is. Verzoekers persoonlijke omstandigheden en activiteiten werden onvoldoende aannemelijk geacht om een reëel risico op vervolging aan te tonen. Ook het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel werd ongegrond verklaard, omdat geen bijzondere omstandigheden waren die invrijheidstelling rechtvaardigden.
De rechtbank besloot dat nader onderzoek niet zou bijdragen aan een andere beoordeling en sprak daarom onmiddellijk uitspraak in de hoofdzaak uit. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen wegens gebrek aan belang, en het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. Tegen de beslissing inzake schadevergoeding staat hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening en schadevergoeding wordt afgewezen.