ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7441
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting vrijheidsbenemende maatregel bij asielaanvraag met mogelijke toepassing artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De vreemdeling, van Afghaanse nationaliteit, werd op 1 juni 2000 de toegang tot Nederland geweigerd en vervolgens vrijheidsbenemend vastgehouden op grond van artikel 7a Vreemdelingenwet. Op 2 juni 2000 diende zij een asielaanvraag in, die verweerder niet ingewilligd heeft vanwege mogelijke toepassing van artikel 1F Vluchtelingenverdrag, dat uitsluiting van vluchtelingenstatus regelt.
De rechtbank oordeelt dat het beleid van verweerder, neergelegd in hoofdstuk B7/14 van de Vreemdelingencirculaire, niet zonder meer van toepassing is op gevallen waarin nader onderzoek naar artikel 1F noodzakelijk is. De rechtbank stelt dat verweerder zijn bevoegdheid tot vrijheidsbeneming in deze bijzondere gevallen moet motiveren en beleidsmatig moet uitwerken.
De rechtbank constateert dat de maatregel gerechtvaardigd is zolang het onderzoek naar de asielmotieven en mogelijke uitsluiting op grond van artikel 1F loopt. Tevens acht de rechtbank de voortvarendheid van verweerder bij de behandeling van de aanvraag voldoende, ondanks dat de beslistermijn van 28 dagen net niet werd gehaald.
Het beroep tegen de voortzetting van de vrijheidsbenemende maatregel wordt ongegrond verklaard. De rechtbank benadrukt dat verweerder moet bijdragen aan een spoedige behandeling van de procedures en dat de maatregel niet onredelijk voortgezet mag worden zonder uitzicht op vertrek.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de vrijheidsbenemende maatregel wordt ongegrond verklaard.