ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7440
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit buitenbehandelingstelling aanvraag verblijfsvergunning medische behandeling
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning met als doel medische behandeling. Verweerder stelde deze aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5 Awb Pro, omdat eiser niet binnen de gestelde termijn aanvullende gegevens had aangeleverd. De brief waarin de termijn werd gesteld, was echter ongedateerd, waardoor onduidelijk bleef wanneer de termijn begon en eindigde.
De rechtbank oordeelde dat verweerder hierdoor niet voldeed aan de kenbaarheidsvereiste van artikel 4:5 Awb Pro, waardoor het besluit tot buitenbehandelingstelling niet rechtsgeldig was. Ondanks dat eiser enige tijd had gehad om aan te vullen, was de termijn onduidelijk en daarmee niet rechtsgeldig gesteld.
De rechtbank besloot het bestreden besluit te vernietigen en verweerder te verplichten de aanvraag alsnog in behandeling te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan eiser te vergoeden. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de hoofdzaak in het voordeel van eiser was beslist.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot buitenbehandelingstelling wordt vernietigd; de aanvraag dient in behandeling te worden genomen.