ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7437
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.C.R. Derkx
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting van inbewaringstelling vreemdeling zonder voldoende zicht op uitzetting
De vreemdeling, met Turkse nationaliteit, werd op 11 april 2000 in bewaring gesteld wegens illegaal verblijf en het verrichten van illegale arbeid. Hij had op 29 oktober 1999 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning onder de tijdelijke regeling witte illegalen. De rechtbank stelde vast dat de inbewaringstelling op zich rechtmatig was, gezien het ontbreken van een geldige verblijfsvergunning, identiteitsbewijs en voldoende middelen van bestaan, en het vermoeden dat hij zich aan uitzetting zou onttrekken.
De verdediging voerde aan dat de bewaring onrechtmatig was omdat de vreemdeling de beslissing op zijn aanvraag in Nederland mocht afwachten, waardoor geen zicht op uitzetting bestond. De rechtbank oordeelde echter dat het zicht op uitzetting geen statisch begrip is en dat een korte bewaring in afwachting van een spoedige beslissing gerechtvaardigd kan zijn, zeker als de aanvraag als weinig kansrijk wordt beschouwd.
De rechtbank heropende het onderzoek omdat verweerder niet binnen een redelijke termijn (door de rechtbank gesteld op één week) duidelijkheid had verschaft over de kansrijkheid van de aanvraag of een definitieve beslissing. Omdat op 28 april 2000 nog geen definitieve beslissing bekend was en de aanvraag niet als volstrekt kansloos kon worden aangemerkt, was er onvoldoende zicht op uitzetting.
Daarom werd de voortzetting van de bewaring vanaf 28 april 2000 onrechtmatig geacht. De rechtbank beval de opheffing van de bewaring per 9 mei 2000 en kende een schadevergoeding toe van f. 1.650,-- voor de periode van 11 dagen verblijf in het Huis van Bewaring. Tevens werden de proceskosten van f. 1.420,-- aan de vreemdeling toegekend, te betalen door de Staat der Nederlanden.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de voortzetting van de inbewaringstelling vanaf 28 april 2000 onrechtmatig is en beveelt opheffing per 9 mei 2000 met toekenning van schadevergoeding.