ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7277
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en weigering voorlopige voorziening wegens onvoldoende onderbouwing bekering en vervolgingsgevaar
Verzoeker, een Iraanse nationaliteit bezittende vreemdeling, diende meerdere asielaanvragen in in Nederland, waaronder een aanvraag tot vluchtelingenstatus en verblijf op humanitaire gronden. Na afwijzing van eerdere verzoeken en een ongegrond verklaard bezwaar, diende hij een tweede aanvraag in die eveneens werd afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid.
Verzoeker stelde dat hij zich in Nederland tot het christendom had bekeerd en daardoor gevaar liep bij terugkeer naar Iran, mede vanwege bedreigingen door een onbekende persoon die mogelijk banden had met de Iraanse veiligheidsdienst. Hij voerde aan dat zijn familie in Iran onder druk stond en zijn vader was gearresteerd.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de Iraanse autoriteiten op de hoogte waren van zijn bekering en zendingsactiviteiten, noch dat er concreet gevaar voor vervolging bestond. De rechtbank verwierp het verzoek om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen en verklaarde het bezwaar ongegrond. Er was geen grond voor toekenning van een verblijfsvergunning op humanitaire gronden.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.