ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7275
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om toelating tot Nederland wegens onvoldoende bewijs van onhoudbare discriminatie in Tsjechië
Verzoekers, behorend tot de Roma-bevolkingsgroep uit Tsjechië, vroegen toelating tot Nederland vanwege vermeende discriminatie en geweld door skinheads in hun land van herkomst. Zij stelden dat de Tsjechische autoriteiten onvoldoende bescherming boden, waardoor terugkeer onhoudbaar zou zijn.
De rechtbank stelde vast dat Tsjechië sinds 1995 als veilig land van herkomst geldt, waardoor verzoekers bijzondere omstandigheden moeten aantonen die hun vrees voor vervolging rechtvaardigen. Uit het dossier bleek dat verzoekers niet waren uitgesloten van algemene voorzieningen en dat de Tsjechische regering maatregelen neemt tegen racisme. Incidenten met skinheads werden als incidentele wandaden beoordeeld, niet als substantiële discriminatie die het leven onhoudbaar maakt.
Verder was niet gebleken dat de politie geen vervolg gaf aan aangifte, en verzoekers hadden zich na het tweede incident niet tot autoriteiten gewend. Ook waren er geen aanwijzingen dat hogere autoriteiten niet bereid waren op te treden. De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris terecht de uitzetting niet heeft achterwege gelaten en verklaarde het bezwaar ongegrond. Een voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de afwijzing van het verzoek om toelating tot Nederland wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.