ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7197
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Toepassing van Algemene Termijnenwet bij verlenging verblijfsvergunning na weekend
Eiser, een Cubaanse nationaliteit bezittende vreemdeling, had een verblijfsvergunning geldig tot 8 maart 1999. Hij diende op 8 maart 1999, de eerstvolgende werkdag na het verlopen van zijn vergunning (die op zondag 7 maart 1999 verliep), een aanvraag in voor verlenging van zijn verblijfsvergunning. Verweerder stelde deze aanvraag buiten behandeling wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), omdat de aanvraag na het verlopen van de vorige vergunning was ingediend en daarom als een eerste toelatingsaanvraag werd beschouwd.
Eiser maakte bezwaar en stelde dat de aanvraag tijdig was ingediend en dat de Algemene Termijnenwet (ATW) van toepassing moest zijn, waardoor de termijn die op een zondag eindigt wordt verlengd tot de eerstvolgende werkdag. Verweerder hield vast aan zijn beleid dat een aanvraag na het verlopen van de vergunning als eerste toelating wordt behandeld en dat de ATW niet analoog van toepassing is.
De rechtbank oordeelde dat de ATW in redelijkheid moet worden toegepast en dat de aanvraag van eiser niet als eerste toelating kan worden beschouwd omdat deze op de eerstvolgende werkdag na het verlopen van de vergunning is ingediend. Het besluit om de aanvraag buiten behandeling te stellen werd vernietigd en het bezwaar gegrond verklaard. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot buiten behandelingstelling en bepaalt dat de aanvraag tot verlenging van de verblijfsvergunning in behandeling moet worden genomen.