ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7192
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. Broekhuijsen-Molenaar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning op humanitaire gronden voor staatloze Palestijn uit Libanon
Eiser, een staatloze Palestijn geboren in Libanon, verblijft sinds 1994 in Nederland en verzocht om een verblijfsvergunning op humanitaire gronden. Zijn aanvraag werd in 1997 afgewezen, waarna hij bezwaar maakte dat ongegrond werd verklaard. Eiser stelde dat terugkeer naar Libanon niet mogelijk is omdat hij geen laissez-passer kan verkrijgen en dat hij voldoende inspanningen heeft verricht om Nederland te verlaten.
De rechtbank hield rekening met eerdere procedures en brieven van de Libanese ambassade en UNHCR waaruit bleek dat terugkeer van Palestijnen naar Libanon ernstig wordt beperkt. Verweerder stelde dat verwijdering mogelijk is en dat eiser onvoldoende is geïntegreerd om verblijf te rechtvaardigen. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de weigering van de Libanese autoriteiten om een laissez-passer af te geven en dat de stelling dat terugkeer mogelijk is niet aannemelijk is.
De rechtbank concludeerde dat eiser geen reële terugkeermogelijkheid heeft en dat verweerder de grenzen van redelijke beleidsbepaling heeft overschreden door het besluit zonder nader onderzoek te handhaven. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het afwijzende besluit vernietigd wegens schending van zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel.