ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7165
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- A.H. van Delden
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tegen regeling individuele uitkeringen joodse vervolgingsslachtoffers
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een kort geding waarin meerdere eisers, onder wie een persoon uit een gemengd huwelijk, de Staat der Nederlanden verzochten een regeling te verbieden die afwijkt van de wettelijke criteria van de Wet Uitkering Vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv) voor het toekennen van individuele uitkeringen aan joodse vervolgingsslachtoffers.
De Staat stelde dat de regeling een erkenning betreft van morele aanspraken en een reactie is op kritiek op het eerdere rechtsherstel, waarbij de criteria bewust ruimer zijn gesteld dan in de Wuv. Eisers konden niet aannemelijk maken dat de criteria willekeurig of discriminerend zijn vastgesteld. De werkgroep Ensel, waarin de joodse gemeenschap breed vertegenwoordigd is, formuleerde de criteria zorgvuldig.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake is van discriminatie of willekeur en dat eisers niet worden verplicht een uitkering aan te vragen. De vordering werd afgewezen en eisers werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en bevestigt de rechtmatigheid van de afwijkende criteria voor individuele uitkeringen aan joodse vervolgingsslachtoffers.