ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7100
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verlening machtiging tot voorlopig verblijf wegens ontbreken klemmende humanitaire redenen
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, heeft na langdurig verblijf in Nederland en remigratie naar Marokko verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De aanvraag werd geweigerd omdat eiser niet voldeed aan de criteria van wezenlijk Nederlands belang of klemmende humanitaire redenen.
De rechtbank oordeelt dat het langdurig verblijf van eiser in Nederland onvoldoende is voor toelating en dat de problemen die eiser in Marokko ondervindt onvoldoende onderbouwd zijn. De remigratie op grond van de Remigratieregeling 1985 wordt als definitief beschouwd zonder terugkeeroptie.
De Remigratiewet met terugkeeroptie was ten tijde van het besluit nog niet in werking getreden, waardoor toepassing daarvan bij wijze van anticipatie niet mogelijk is. Ook het beroep op de inherente afwijkingsbevoegdheid van artikel 4:84 Awb Pro faalt.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beslissing van de Minister van Buitenlandse Zaken. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt bevestigd.