ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6896
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning wegens relatie met Nederlandse partner ongegrond verklaard
Eiseres, sinds 1991 als vreemdeling in Nederland verblijvend, verzocht op 3 december 1997 om een verblijfsvergunning op basis van verblijf bij haar Nederlandse partner. De aanvraag werd op 10 februari 1998 afgewezen, waarna zij bezwaar en beroep instelde. Tijdens de procedure werd een voorlopige voorziening getroffen en nader onderzoek naar de relatie verricht.
Op 19 mei 1999 verleende verweerder alsnog een verblijfsvergunning met terugwerkende kracht. Eiseres handhaafde haar beroep en vorderde tevens schadevergoeding wegens vertraging en onrechtmatige behandeling. De rechtbank oordeelde dat eiseres nog belang had bij het beroep, ondanks het verlenen van de vergunning en het Nederlanderschap.
De rechtbank volgde de eerdere overwegingen van de fungerend president dat het oorspronkelijke besluit niet onrechtmatig was, omdat essentiële gegevens pas in de beroepsfase werden verstrekt. Het nieuwe besluit was tijdig genomen na nader onderzoek. Er was geen grond voor schadevergoeding of proceskostenveroordeling. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en schadevergoeding wordt afgewezen.