ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6887
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening wegens niet tijdig beslissen op machtiging tot voorlopig verblijf
Verzoekster, een Russische vrouw, heeft op 19 november 1999 een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd om zich bij haar Nederlandse partner en haar minderjarige dochters te voegen. Na het uitblijven van een besluit op haar aanvraag, heeft zij op 28 februari 2000 bezwaar gemaakt tegen het niet tijdig beslissen en een voorlopige voorziening gevraagd om verweerder te dwingen binnen een redelijke termijn te beslissen.
De rechtbank overweegt dat verweerder niet binnen de wettelijk gestelde termijn van drie maanden heeft beslist op de aanvraag, wat volgens de Algemene wet bestuursrecht gelijkstaat aan een besluit. Verzoekster heeft een spoedeisend belang omdat zij afhankelijk is van de mvv voor het uitoefenen van haar gezinsleven in Nederland en de situatie in Rusland financieel en psychisch onhoudbaar is.
De rechtbank wijst het verzoek toe en beveelt verweerder binnen veertien dagen een beslissing te nemen op de mvv-aanvraag. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en wordt het betaalde griffierecht aan verzoekster vergoed. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verweerder wordt opgedragen binnen veertien dagen te beslissen op de mvv-aanvraag en veroordeeld in de proceskosten en griffierecht.