ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6800
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning voortgezet verblijf op grond van artikel 8 EVRM wegens gezinsleven
Eiser, van Turkse nationaliteit, verzocht om een vergunning tot verblijf voor voortgezet verblijf, welke door de Staatssecretaris van Justitie werd geweigerd. De rechtbank beoordeelt of deze weigering een gerechtvaardigde inmenging vormt in het recht op gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro.
In de procedure is vastgesteld dat eiser geen aanspraak kan maken op voortgezet verblijf op basis van de reguliere voorwaarden. De kernvraag is of het weigeren van de vergunning de gezinsrelatie met zijn kinderen onrechtmatig schaadt. De rechtbank constateert dat de omgang tussen eiser en zijn kinderen, ondanks eerdere onderbrekingen door tegenwerking van de ex-echtgenote, reëel en gewenst is en recentelijk is uitgebreid tot een dagdeel per week.
De rechtbank oordeelt dat de weigering van de verblijfsvergunning niet gerechtvaardigd is, mede gelet op de steun van de Raad voor de Kinderbescherming en een uitspraak van de familiekamer die de omgang regelt. De rechtbank vernietigt de bestreden beschikking en beveelt een nieuwe beslissing met inachtneming van deze overwegingen. Tevens worden de proceskosten en griffierechten aan eiser toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de weigering van voortgezet verblijf en beveelt een nieuwe beslissing met inachtneming van artikel 8 EVRM.