ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6756
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- A.H. van Delden
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot passende woon- en zorgvoorziening voor TBS-gestelde met ernstige handicap
Eisers, ouders van een ernstig lichamelijk en geestelijk gehandicapte zoon die onder TBS met dwangverpleging staat, vorderen dat de Staat binnen tien dagen zorgt voor plaatsing van hun zoon in een kleinschalige woonvoorziening met constante begeleiding. De zoon verblijft sinds 1995 in een Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) waar de zorg als onvoldoende wordt ervaren. De medische rapportages en zorgconferentie bevestigen de noodzaak van een andere, nog te bouwen voorziening.
De Staat voert verweer dat de verantwoordelijkheid voor de dagelijkse zorg bij de FPK ligt en dat artikel 17 van Pro de Beginselenwet Verpleging TBS-gestelden niet verplicht tot onmiddellijke plaatsing in een andere voorziening. De rechtbank stelt vast dat de specifieke zorgvoorziening die eisers wensen momenteel niet bestaat, hoewel de minister van VWS de behoefte erkent en initiatieven ondersteunt.
De rechtbank oordeelt dat het ontbreken van een passende voorziening geen onrechtmatige daad oplevert jegens eisers. De TBS is recent verlengd en moet binnen de bestaande mogelijkheden worden voortgezet. De vordering wordt afgewezen en eisers worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot plaatsing in een specifieke woonvoorziening wordt afgewezen omdat deze nog niet bestaat en de Staat niet onrechtmatig heeft gehandeld.