ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6683
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-toelating vluchteling wegens onvoldoende motivering
Eiser, een Turkse Koerdische vreemdeling, verzocht om toelating als vluchteling en een verblijfsvergunning. Verweerder wees deze verzoeken af op grond van niet-ontvankelijkheid wegens het niet tijdig melden bij grensautoriteiten en het ontbreken van een geldig reisdocument. Eiser voerde aan dat hij vanwege zijn Koerdische afkomst en betrokkenheid bij PKK-strijders vervolging en mishandeling in Turkije vreesde.
De rechtbank stelde vast dat verweerder in het bestreden besluit niet voldeed aan de opdracht van de president om te toetsen aan het UNHCR-criterium van 'inner and profound feelings of attachment to an ethnic group'. Verweerder hanteerde een strenger criterium dat een wezenlijke beperking vormde en onvoldoende rekening hield met de persoonlijke omstandigheden van eiser.
Daarnaast ontbrak een deugdelijke motivering en was er onvoldoende kennis genomen van relevante feiten en belangen, zoals de kans dat eiser in Zuid-Oost Turkije zijn militaire dienstplicht zou vervullen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en beval verweerder een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen.
Verder werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het door eiser betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen.