ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6556
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bezwaar tegen Dublinclaim en weigering voorlopige voorziening in asielzaak
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de beslissing van de Staatssecretaris van Justitie centraal om een Dublinclaim te leggen bij Frankrijk met betrekking tot het asielverzoek van verzoeker. Verzoeker betwist deze beslissing en verzoekt tevens om een voorlopige voorziening zodat zijn asielverzoek in Nederland wordt behandeld.
De rechtbank oordeelt dat de beslissing vatbaar is voor bezwaar en beroep, omdat verzoeker door het besluit rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen, onder meer doordat hem geen opvang wordt geboden. De beoordeling van de Dublinclaim vindt plaats aan de hand van de Dublinovereenkomst en de relevante besluiten van het Comité dat deze overeenkomst uitvoert.
Vaststaat dat verzoeker Nederland is binnengekomen met een geldig Schengenvisum dat is afgegeven door de Franse ambassade te Malta. De uitzondering op de verantwoordelijkheid van de lidstaat die het visum heeft afgegeven, zoals bedoeld in artikel 5 lid 2 onder Pro a van de Dublinovereenkomst, is niet van toepassing. De rechtbank concludeert dat de Staatssecretaris redelijkerwijs mocht aannemen dat de Dublinclaim zal worden gehonoreerd.
Daarom ziet de rechtbank geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen en verklaart het bezwaar ongegrond. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de Dublinclaim wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.