ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6281
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bewaring vreemdeling voortgezet met termijnbeperking wegens uitzettingsperspectief
Een Liberiaanse vreemdeling verbleef sinds 1 februari 2000 in bewaring in afwachting van uitzetting. Ondanks toezeggingen van de Liberiaanse autoriteiten was de laissez-passer nog niet afgegeven, waardoor uitzetting vertraagd werd. De vreemdeling stelde dat de bewaring onrechtmatig was geworden en vorderde opheffing en schadevergoeding.
De rechtbank overwoog dat de bewaring op 13 maart 2000 nog rechtmatig was en dat het zicht op uitzetting sedertdien niet definitief was verdwenen. De vertraging in het afgeven van het laissez-passer werd toegerekend aan organisatorische problemen bij de Liberiaanse autoriteiten, welke voor rekening van de Nederlandse overheid kwamen en niet voor het risico van de vreemdeling.
Gezien de verwachting dat binnen een maand het laissez-passer zou worden afgegeven en het overleg tussen de Liberiaanse consul en autoriteiten nog gaande was, bestond er nog uitzicht op uitzetting. De rechtbank besloot daarom de bewaring voort te zetten, maar beperkte de duur daarvan tot uiterlijk 1 juni 2000. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat de bewaring niet onrechtmatig was.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open voor zover het de schadevergoeding betreft.
Uitkomst: De bewaring wordt voortgezet tot uiterlijk 1 juni 2000 en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.