ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6270
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren bewaring vreemdeling en verzoek schadevergoeding
Een Algerijnse vreemdeling, verblijvend in het Huis van Bewaring te Ter Apel, stelde beroep in tegen het voortduren van zijn bewaring en verzocht om schadevergoeding. De bewaring was bevolen vanwege een gelaste uitzetting en het belang van de openbare orde.
De rechtbank oordeelde dat de gronden voor de bewaring nog steeds aanwezig zijn, mede omdat de vreemdeling zijn identiteit niet heeft vastgesteld, geen vaste verblijfplaats heeft, en weigert mee te werken aan het onderzoek en terugkeer naar Algerije. De bewaring is een tijdelijke maatregel om de uitzetting te effectueren.
Hoewel de bewaring al ruim zes maanden duurde, bestaat nog zicht op uitzetting door het verkrijgen van een laissez-passer. Gezien de duur van de procedure bij Algerije en Marokko stelde de rechtbank een uiterste bewaringstermijn tot 1 mei 2000 vast.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen de beslissing over schadevergoeding staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortdurende bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen met een uiterste bewaringstermijn tot 1 mei 2000.