ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6267
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- G. Blomsma
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen buitenbehandelingstelling verblijfsvergunning
Verzoeker, een Turkse nationaliteit dragende vreemdeling, werd op 3 april 2000 in vreemdelingenbewaring gesteld en kort daarna uitgezet naar Turkije. Zijn gemachtigde diende namens hem een aanvraag in voor een verblijfsvergunning met het doel verblijf bij zijn Nederlandse partner, en maakte bezwaar tegen de aangekondigde buitenbehandelingstelling van deze aanvraag. De korpschef stelde de aanvraag buiten behandeling omdat niet aan het mvv-vereiste was voldaan.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar prematuur was omdat verzoeker op het moment van het bezwaar geen aanvraag had ingediend en dit ook niet wenste te doen. Verzoeker had slechts een kwartier gekregen om zijn aanvraag aan te vullen, wat niet als redelijk werd beschouwd, vooral gezien zijn beroep op de hardheidsclausule vanwege mogelijke detentie in Turkije wegens dienstplichtontduiking.
De rechtbank vond echter onvoldoende bewijs dat verzoeker daadwerkelijk een langdurige detentie te wachten stond en oordeelde dat het belang van een restrictief toelatingsbeleid zwaarder woog dan het verzoek om vrijstelling van het mvv-vereiste. Ook werd geoordeeld dat het recht op gezinsleven niet werd geschonden. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en er was geen aanleiding voor vergoeding van kosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de buitenbehandelingstelling van de verblijfsvergunningaanvraag is afgewezen.