ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6265
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens gebrek aan concrete aanwijzingen illegaal verblijf
Eiser werd op 10 maart 2000 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet, nadat verbalisanten hem hadden staandegehouden bij een adres waar zij zochten naar een verdachte van een aanrijding. De verbalisanten vroegen eiser naar zijn identiteit, maar het proces-verbaal vermeldde geen concrete aanwijzingen van illegaal verblijf voorafgaand aan de staandehouding.
De rechtbank stelt vast dat hoewel de verbalisanten bevoegd waren om naar de identiteit te vragen in het kader van hun politietaken, er onvoldoende grond was om te vermoeden dat eiser illegaal verbleef. Hierdoor was de staandehouding onrechtmatig en daarmee ook de daaropvolgende bewaring.
De rechtbank oordeelt verder dat bij onrechtmatige bewaring in beginsel aanspraak bestaat op schadevergoeding, tenzij bijzondere omstandigheden tot matiging leiden. Nu de onrechtmatigheid vooral voortkwam uit een onvolledig dossier van verweerder en geen uitzonderlijke omstandigheden aanwezig zijn, kent de rechtbank een schadevergoeding toe van 800 gulden voor vier dagen onrechtmatige bewaring.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de Staat in de proceskosten van eiser. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open voor zover het de schadevergoeding betreft.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, oordeelt de bewaring onrechtmatig en kent schadevergoeding toe van 800 gulden.