ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6264
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens onrechtmatige vrijheidsberoving en toekenning schadevergoeding
Eiser, een vreemdeling met Marokkaanse en Tunesische nationaliteit, werd op 24 februari 2000 aangehouden wegens verdenking van diefstal in een winkel. Hij werd eerst door een beveiligingsmedewerker aangehouden en na ruim een uur overgedragen aan een opsporingsambtenaar. De voorgeleiding aan de officier van justitie vond pas na meer dan twee uur plaats, en de inverzekeringstelling gebeurde na meer dan zes uur, wat in strijd is met de wettelijke termijnen uit het Wetboek van Strafvordering.
De rechtbank oordeelt dat hierdoor sprake is van onrechtmatige vrijheidsberoving en dat de daarop volgende bewaring op grond van de Vreemdelingenwet eveneens onrechtmatig is. De strafrechtelijke vervolging werd geseponeerd, waardoor toetsing door een strafrechter niet plaatsvindt, waardoor de vreemdelingenrechter een marginale toetsing uitvoert.
De rechtbank vindt dat de schending van de strafvorderlijke waarborgen zodanig is dat opheffing van de bewaring noodzakelijk is. Daarnaast wordt aan eiser een schadevergoeding toegekend van in totaal f 2.150,- voor de onrechtmatige vrijheidsberoving, en worden de proceskosten van eiser ten bedrage van f 1.420,- aan de Staat der Nederlanden opgelegd.
De uitspraak is gedaan op 21 maart 2000 en de bewaring wordt opgeheven per 8 maart 2000. Tegen de uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te 's-Gravenhage, uitsluitend over de schadevergoeding.
Uitkomst: De bewaring wordt opgeheven wegens onrechtmatige vrijheidsberoving en eiser krijgt schadevergoeding en proceskosten toegekend.