ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6130
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kalbfleisch
- Van Rossum
- Van Wesenbeeck
- Rechtspraak.nl
Toetsing Wet herstructurering varkenshouderij aan EG-recht en eigendomsrecht
Eisers, bestaande uit landbouworganisaties en individuele varkenshouders, stelden dat de Wet herstructurering varkenshouderij (Whv) onrechtmatig is wegens strijd met EG-regelgeving, fundamentele rechten en algemene rechtsbeginselen. De Whv legt een systeem van varkensrechten vast met kortingen en het vervallen van latente mestproductierechten, wat volgens eisers onrechtmatig is en schade veroorzaakt.
De rechtbank oordeelde dat de Whv primair milieudoelen nastreeft, met name het voorkomen van een niet-plaatsbaar mestoverschot, en dat dit een dwingende reden van algemeen belang is die nationale maatregelen kan rechtvaardigen. De Whv maakt inbreuk op de gemeenschappelijke marktordening, maar deze inbreuk is gerechtvaardigd mits noodzakelijk, geschikt en proportioneel.
De rechtbank stelde vast dat de eerste generieke korting en het vervallen van latente mestproductierechten noodzakelijk en geschikt zijn, maar dat de tweede generieke korting van maximaal 15% niet proportioneel is en daarom niet toepasbaar is op eisers sub 8 tot en met 12. De rechtbank wees de overige vorderingen af en compenseerde de proceskosten.
Uitkomst: Artikel 31 van de Wet herstructurering varkenshouderij is buiten toepassing verklaard voor bepaalde eisers wegens disproportionele korting op varkensrechten.