ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6045
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens Dublin-overeenkomst niet gerechtvaardigd
Verzoekster diende een asielaanvraag in Nederland in, die door de Staatssecretaris werd afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid op grond van de Dublin-overeenkomst, waarbij Portugal als verantwoordelijke lidstaat werd aangemerkt. De Staatssecretaris baseerde dit op een overnameverzoek aan Portugal dat was gehonoreerd, maar de behandeling van de aanvraag bleef uit.
De rechtbank oordeelde dat de Staatssecretaris onterecht niet-ontvankelijkheid had vastgesteld, omdat de termijn van zes maanden voor het nemen van een Dublin-beschikking was overschreden. De Staatssecretaris kon de overschrijding niet rechtvaardigen met het medisch adviesproces, dat bovendien deels te wijten was aan organisatorische vertragingen binnen de eigen dienst.
De rechtbank stelde dat de Staatssecretaris de behandeling van de asielaanvraag aan zich had moeten trekken en wees het verzoek tot voorlopige voorziening toe. Tevens werd de Staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tegen deze uitspraak was geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de niet-ontvankelijkheid onterecht en beveelt de Staatssecretaris de asielaanvraag zelf te behandelen.