ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6034
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- C.E. Dettmeijer-Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging verblijfsvergunning en arbeidstoestemming na feitelijke verbreking huwelijk
Verzoekster, een vreemdeling van Maleisische nationaliteit, had een verblijfsvergunning bij echtgenoot C, die de Nederlandse nationaliteit bezit. Zij verzocht om verlenging van deze vergunning en om wijziging van de beperkingen waaronder deze was verleend, waaronder het verrichten van arbeid.
De rechtbank oordeelde dat het Nederlandse beleid van toepassing is, omdat het verblijf en de arbeid van de referent in Nederland plaatsvonden. Tevens werd vastgesteld dat het huwelijk, voltrokken in juni 1994, per mei 1997 feitelijk was verbroken, waardoor het beleid inzake huwelijksverbreking binnen drie jaar van toepassing is.
Volgens dit beleid komt een vreemdeling niet in aanmerking voor voortgezet verblijf indien het huwelijk korter dan drie jaar heeft geduurd, tenzij er klemmende humanitaire redenen of internationale verplichtingen zijn. Verzoekster kon geen dergelijke redenen aantonen. Daarnaast was er voldoende aanbod op de Nederlandse arbeidsmarkt, zodat ook op grond van arbeid geen verlenging kon worden toegekend.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de weigering van verlenging van de verblijfsvergunning en arbeidstoestemming wordt ongegrond verklaard.