ECLI:NL:RBSGR:2000:AA5766
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- A.C.J. van Dooijeweert
- A.H. Schotman
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing weigering verblijfsvergunning op humanitaire gronden
Eiser, een Afghaanse vreemdeling, verzocht om toelating als vluchteling en subsidiair om een verblijfsvergunning op humanitaire gronden. Zijn aanvraag werd door verweerder afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid. Eiser voerde aan dat hij gegronde vrees voor vervolging heeft vanwege zijn achtergrond en dat het beleid omtrent de voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv) onrechtmatig werd toegepast.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar niet kennelijk ongegrond was en dat verweerder ten onrechte had afgezien van het horen van eiser. Ook concludeerde de rechtbank dat de beleidsregel TBV 1998/30, die de weigering van een vvtv regelt bij verblijf langer dan twee weken in een derde land, niet zorgvuldig en evenredig was toegepast. De rechtbank stelde dat verweerder onvoldoende rekening hield met de persoonlijke omstandigheden en de mogelijkheid van wedertoelating tot het derde land.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens veroordeelde de rechtbank verweerder in de proceskosten en wees de Staat der Nederlanden aan als rechtspersoon voor de betaling van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; verweerder dient een nieuw besluit te nemen.