ECLI:NL:RBSGR:2000:AA5713
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y.A.A.G. de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van verblijfsvergunning na verbreking relatie en toetsing aan artikel 8 EVRM
Eiseres, een Surinaamse vreemdeling, had een verblijfsvergunning voor verblijf bij haar Nederlandse partner, die zij sinds 20 maart 1998 niet meer samenwoonde. Na de intrekking van haar vergunning door verweerder, maakte zij bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank. Zij voerde aan dat klemmende humanitaire redenen en haar nauwe banden met Nederland toelating vereisten, en dat het besluit haar recht op respect voor gezinsleven volgens artikel 8 EVRM Pro schond.
De rechtbank stelde vast dat eiseres slechts een relatief kort verblijf had en dat de relatie met haar partner minder dan drie jaar had geduurd. De door eiseres aangevoerde mishandeling door haar ex-echtgenoot was niet onderbouwd. Ook de schoolgaande status van haar zoon en de verzorging door haar moeder konden niet leiden tot een verblijfsrecht. De belangenafweging leidde tot het oordeel dat het belang van een restrictief toelatingsbeleid en het voorkomen van misbruik zwaarder woog dan het belang van eiseres en haar zoon.
De rechtbank concludeerde dat de intrekking van de vergunning proportioneel was en geen schending van artikel 8 EVRM Pro opleverde. Het beroep werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.