ECLI:NL:RBSGR:2000:AA5490
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning wegens paspoortvereiste
Eiser, een staatloos Palestijn, heeft in 1993 Nederland binnengekomen en een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning bij zijn Nederlandse echtgenote. Verweerder weigerde deze vergunning omdat eiser niet kon aantonen dat hij niet in het bezit kan worden gesteld van een geldig nationaal paspoort of reisdocument. Eiser had documenten overgelegd die aantonen dat hij een reisdocument voor Palestijnse vluchtelingen in Syrië had en dat de Palestijnse General Delegation niet bevoegd was een paspoort af te geven.
De rechtbank stelt vast dat eiser ten tijde van binnenkomst in Nederland in het bezit was van een geldig grensoverschrijdingsdocument en dat hij aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen paspoort van de Palestijnse autoriteiten kan krijgen. Verweerder heeft nagelaten adequaat te reageren op de stukken van eiser en heeft het bezwaarbesluit onvoldoende gemotiveerd en zorgvuldig voorbereid.
Daarom oordeelt de rechtbank dat het bestreden besluit in strijd is met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Het besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.