ECLI:NL:RBSGR:2000:AA5369
Rechtbank 's-Gravenhage
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen kennelijk ongegrondverklaring beroep inzake termijnstelling in vreemdelingenrecht
Opposant, van Iraakse nationaliteit, stelde verzet in tegen de uitspraak van de rechtbank van 11 oktober 1999 waarin zijn beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaarschrift kennelijk ongegrond werd verklaard. Hij voerde aan dat hij tijdig uitstel had gevraagd voor het indienen van de bezwaarschriftgronden, waarbij de Algemene Termijnenwet van toepassing zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat de Algemene Termijnenwet niet rechtstreeks van toepassing is op de door de Staatssecretaris gestelde termijn, omdat deze niet is vastgelegd in een wet of algemene maatregel van bestuur, maar voortvloeit uit beleidsregels. Ook zag de rechtbank geen reden voor analoge toepassing van de Algemene Termijnenwet.
De rechtbank stelde vast dat opposant niet om een zitting had verzocht en dat er geen aanleiding was hem desondanks te horen. Gezien deze overwegingen werd het verzet ongegrond verklaard en bleef de eerdere uitspraak in stand.
Uitkomst: Het verzet van opposant wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.