ECLI:NL:RBSGR:2000:AA5365
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende duurzame middelen van bestaan
Eiseres, een Indonesische vrouw, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf om bij haar Nederlandse partner te verblijven. De Minister van Buitenlandse Zaken weigerde de aanvraag omdat niet was aangetoond dat de partner duurzaam over voldoende middelen van bestaan beschikte. De rechtbank oordeelde dat de door de partner overgelegde financiële stukken niet afkomstig waren uit objectieve bronnen en dat de gevraagde aanvullende belastingaangiften niet waren verstrekt.
De rechtbank stelde vast dat het inkomen van de partner niet voldeed aan het vereiste minimum volgens de Algemene Bijstandswet en dat er geen klemmende humanitaire redenen waren om van het beleid af te wijken. Tevens werd overwogen dat het familie- en gezinsleven ook buiten Nederland kan worden voortgezet, waardoor het algemene belang zwaarder woog dan het individuele belang van eiseres.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees de machtiging tot voorlopig verblijf af. Er werd geen aanleiding gezien tot vergoeding van kosten of griffierecht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de machtiging tot voorlopig verblijf wordt geweigerd wegens onvoldoende duurzame middelen van bestaan.