ECLI:NL:RBSGR:2000:AA5359
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid bewaring vreemdeling en weigering schadevergoeding
Een vreemdeling van Indiase nationaliteit werd in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet na een staandehouding wegens vermoedelijke overtreding van de Wet Arbeid Vreemdelingen (WAV). De vreemdeling voerde aan dat de staandehouding onrechtmatig was omdat de WAV niet van toepassing zou zijn, er geen redelijk vermoeden bestond en er sprake zou zijn van détournement de pouvoir. Tevens stelde hij dat de bewaring disproportioneel was en dat een lichter middel volstond.
De rechtbank oordeelde dat de controle rechtmatig was uitgevoerd in samenwerking met de Arbeidsinspectie en Belastingdienst, en dat de vreemdeling arbeid verrichtte in de zin van de WAV. Het enkele feit dat de vreemdeling zichzelf als zelfstandige aanduidde, deed hieraan niet af. De bewaring werd gerechtvaardigd geacht vanwege het risico op ontduiking van de uitzetting, mede gezien de illegale verblijfsduur en het aanvankelijk opgeven van valse personalia.
De rechtbank wees het beroep ongegrond en het verzoek om schadevergoeding af, omdat de bewaring en de tenuitvoerlegging daarvan in overeenstemming waren met de wettelijke vereisten en proportioneel waren. De uitzetting zou op korte termijn plaatsvinden met medewerking van de Indiase autoriteiten.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.