ECLI:NL:RBSGR:1999:AA7449
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- G. Blomsma
- E. Steendijk
- J.F.M.J. Bouwman
- Rechtspraak.nl
Intrekking vluchtelingenstatus wegens terugkeer naar land van herkomst zonder zwaarwegende reden
Eiser, een Iraakse vluchteling, werd in 1996 toegelaten als vluchteling in Nederland. In 1998 trok de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) zijn vluchtelingenstatus in wegens aanwijzingen dat hij vrijwillig naar Noord-Irak was teruggekeerd, waar hij onder bescherming van de lokale autoriteiten verbleef.
Eiser betwistte dit en stelde dat hij de grens tussen Turkije en Irak niet had overschreden, maar stempels in zijn paspoort had verkregen door omkoping. De rechtbank oordeelde dat de stempels en ambtsberichten van de Minister van Buitenlandse Zaken aannemelijk maken dat eiser daadwerkelijk naar Noord-Irak is teruggekeerd. De rechtbank stelde vast dat terugkeer naar het land van herkomst zonder zwaarwegende reden een cessation clause vormt waardoor de vluchtelingenstatus kan worden ingetrokken.
Hoewel de rechtbank het besluit tot intrekking vernietigde wegens onvoldoende motivering omtrent het advies van de UNHCR, liet zij de rechtsgevolgen van het besluit in stand. De rechtbank vond dat eiser geen reëel risico loopt bij terugkeer, onvoldoende is geïntegreerd in Nederland en dat het beleid van de Staatssecretaris om geen verblijfsvergunning te verlenen in deze situatie niet onredelijk is.
De rechtbank veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de intrekking van de vluchtelingenstatus maar handhaaft de rechtsgevolgen van het besluit vanwege vrijwillige terugkeer naar Noord-Irak.