ECLI:NL:RBSGR:1999:AA7438
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M.J. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoeken en handhaving uitzetting op grond van Dublin-overeenkomst
Verzoekers, Afghaanse nationaliteit, dienden asielaanvragen in Nederland in, die werden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid omdat België verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublin-overeenkomst. Verzoekers maakten bezwaar tegen de besluiten en vroegen om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De rechtbank oordeelde dat de Nederlandse overheid binnen de beleidsregels handelde door de behandeling niet aan zich te trekken, aangezien de Dublin-claim binnen zes maanden was gehonoreerd en de beschikkingen tijdig waren uitgereikt. Medische omstandigheden van verzoekster gaven geen aanleiding tot afwijking van dit beleid.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af, waarbij werd bevestigd dat de overdracht naar België niet achterwege wordt gelaten. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de afwijzing van de asielaanvragen wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.