ECLI:NL:RBSGR:1999:AA6224
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening erkenning vluchtelingenstatus en verblijfsvergunning
Verzoeker, een Liberiaanse nationaliteit opgegeven hebbende vreemdeling, heeft sinds 1994 in Nederland verblijfsaanvragen ingediend die zijn afgewezen. Na diverse procedures werd zijn beroep op erkenning als vluchteling en verblijfsvergunning ongegrond verklaard. Verzoeker vroeg in 1999 herziening van deze uitspraak op grond van nieuwe documenten, waaronder een geboorteakte en een laissez-passer, die zijn identiteit en nationaliteit zouden bevestigen.
De rechtbank overwoog dat de nieuwe stukken dateren van na de uitspraak van 13 maart 1997 en daarom niet voldoen aan de cumulatieve voorwaarden van artikel 8:88 Awb Pro voor herziening. Bovendien betreft het bewijs slechts nader bewijs van reeds ingenomen stellingen, wat niet tot herziening kan leiden. De rechtbank benadrukte dat de herzieningsprocedure een bijzonder rechtsmiddel is en niet bedoeld voor het aanvoeren van nieuw bewijs dat al in eerdere procedures aan de orde had kunnen komen.
Verweerder stelde dat de twijfel over de identiteit en nationaliteit van verzoeker terecht was en dat de ontstane twijfel aan verzoeker zelf toe te rekenen is. De rechtbank concludeerde dat het traject van een verzoek aan het bestuursorgaan om terug te komen op eerdere besluiten het meest aangewezen is, en dat het verzoek tot herziening daarom moet worden afgewezen.
De rechtbank wees tevens verzoeken om vergoeding van griffierechten en proceskosten af, omdat geen omstandigheden waren gebleken die daartoe aanleiding gaven. De uitspraak werd gedaan door rechter H.J. Tijselink op 17 december 1999.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de eerdere uitspraak wordt afgewezen wegens niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 8:88 Awb.