Hoewel dit onderdeel is geplaatst onder de kop "213. Taken en verantwoorde- lijkheden bij laden en
lossen", gaat de rechtbank er van uit dat het hier een verantwoordelijkheid van de treincommandant
tijdens de gehele reis betreft.
Onderzocht moet derhalve worden of de treincommandant van eisers transport, de eerste luitenant
X, is tekortgeschoten in zijn zorgplicht in die hoedanigheid.
Vaststaat op grond van de gedingstukken dat het militair personeel tijdens het oponthoud toestemming
heeft gekregen om de trein te verlaten om zich buiten te vertreden. Genoemde luitenant heeft, alvorens
die toestemming te verlenen, overleg gepleegd met de "Zugchef" van de trein, Y, die in
verbinding stond met de treindienstleiding. Uit de gedingstukken is niet duidelijk geworden welke
voorwaarden door genoemde spoorwegmedewerker zijn verbonden aan de toestemming de trein te
verlaten. Y heeft daarover twee tegenstrijdige verklaringen afgelegd: hij heeft verklaard
toestemming te hebben verleend, mits men aan de rechterzijde van de trein zou uitstappen en zich aan
die zijde zou ophouden (Ermittlungsbericht Revierkriminaldienst Zerbst van 21 april 1997, blz. 2),
terwijl daarnaast een verklaring voorligt, volgens welke uitgestapte militairen zich moesten ophouden
op een even buiten het spoorwegemplacement gelegen veldje (Stellungnahme, Deutsche Bahn AG,
ongedateerd).
Uit laatstgenoemde verklaring van Y blijkt verder dat het ongeval zich binnen een tijdsbestek van 3
minuten na het tot stilstand komen van de trein heeft voorgedaan: de trein stopt tegen 14.30 uur, waarna
tegen 14.33 uur van de machinist van een voorbijrijdende trein de mededeling wordt ontvangen dat hij
het ongeval heeft zien gebeuren.
Uit de gedingstukken blijkt voorts dat het militair personeel zich tijdens het vertreden heeft opgehouden
ter hoogte van de direct achter de locomotief geplaatste personenwagon, met uitzondering van eiser, die
alleen langs de trein naar achteren is gelopen om uit de geschutskoepel van het voorlaatste prtl de
voetbal van de batterij te halen. Niemand van de aanwezige militairen of van het Duitse treinpersoneel is
getuige geweest van het ongeval.
Vaststaat verder dat niemand van het militair personeel toestemming heeft gevraagd om te mogen
voetballen en dat eiser geen toestemming heeft gevraagd om de goederenwagon en het daarop staande
prtl te mogen beklimmen.
De eerste luitenant X heeft op de ongevalsdag tegenover de Duitse politie verklaard :
"Wieso und weshalb der Soldat zu dem Panzer gegangen ist, habe ich nicht mitbekommen. Im
nachhinein habe ich dann gehört, daß er einen Fußball holen wollte. Der Soldat hat sich bei keinem der
Kommandanten abgemeldet, daß er sich einen Fußball holen wollte. Es war niemandem bekannt. Er
hatte auch dazu keinen Auftrag bekommen."
(Ermittlungsbericht Revierkriminaldienst Zerbst van 21 april 1997)
Gebleken is verder dat ook tijdens de heenreis door het militair personeel is gevoetbald (de batterij
beschikte over een voetbal), zij het dat de op die reis dienstdoende treincommandant daarvoor een
veilige plaats, buiten het spoorwegemplacement waar geladen werd, heeft aangewezen.