ECLI:NL:RBSGR:1999:AA1080
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.A. Kalk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorzieningen tegen bouw- en kapvergunning uitbreiding schaatscentrum De Uithof
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde op 25 januari 1999 verzoeken om voorlopige voorzieningen tegen besluiten van de gemeente Den Haag tot het verlenen van bouw- en kapvergunningen voor de uitbreiding van het schaatscentrum De Uithof. De verzoeken betroffen onder meer de bouwvergunning voor nieuwe activiteiten zoals indoor-skiën en karten, vrijstelling voor parkeerplaatsen en vergunningen voor het rooien van houtopstanden.
De rechtbank oordeelde dat Snowworld Beheer B.V. en een andere verzoeker belanghebbenden zijn en ontvankelijk in hun bezwaar. De aanhoudingsplicht op grond van artikel 52 van Pro de Woningwet eindigde volgens de rechtbank op het moment dat de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak deed over de milieuvergunning, niet bij de bouwvergunning. De uitbreiding was niet MER-plichtig omdat de verwachte toename van bezoekers onder de drempel bleef.
Verder werd vastgesteld dat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan, maar dat de anticipatieprocedure correct was gevolgd en er een voldoende planologisch kader bestond. De vrijstelling voor het aantal parkeerplaatsen was redelijk, ondanks een kleine fout in de normering. Het ontbreken van een bodemonderzoeksrapport leidde niet tot gevolgen omdat de grond in erfpacht werd uitgegeven met voorwaarden.
De kapvergunningen voor het rooien van houtopstanden werden eveneens gehandhaafd omdat geen weigeringsgronden waren gebleken en compensatie was voorzien. De rechtbank concludeerde dat de belangen van vergunninghoudster en verweerder prevaleerden en wees de verzoeken om voorlopige voorziening af, waarmee de bouwactiviteiten konden aanvangen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af en verklaart Snowworld niet-ontvankelijk in haar verzoek tegen de kapvergunning.