ECLI:NL:RBSGR:1999:AA1066
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- E.M. Dil-Stork
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen toepassing Wet Herstructurering Varkenshouderij wegens strijd met EVRM
Op 1 september 1998 trad de Wet Herstructurering Varkenshouderij (Whv) in werking, die regels bevat over varkensrechten en heffingen. Eisers stelden dat de Whv in strijd is met EG-regelgeving en het EVRM, en vorderden onder meer dat de wet buiten toepassing wordt gelaten totdat een adequate schadevergoeding is geregeld.
De rechtbank had in een tussenvonnis van 23 december 1998 geoordeeld dat de Whv onverbindend kan zijn wegens strijd met Europese marktordening, tenzij de Staat het tegendeel bewijst. Tevens werd vastgesteld dat zonder een adequate schadevergoedingsregeling de Whv strijdig is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM.
De Staat voerde hoger beroep aan tegen dit tussenvonnis, maar de rechtbank achtte het spoedeisend belang van eisers voldoende vanwege de ernstige gevolgen van de wet, waaronder inkomensschade en faillissementsrisico's. Daarom werd een voorlopige voorziening getroffen die de toepassing van hoofdstukken II tot en met IV van de Whv opschort totdat in de bodemprocedure is beslist dat de wet niet in strijd is met het EVRM of totdat een adequate schadevergoedingsregeling is getroffen.
De rechtbank wees het meer of anders gevorderde af en veroordeelde de Staat in de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank schort de toepassing van hoofdstukken II tot en met IV van de Wet Herstructurering Varkenshouderij op totdat een adequate schadevergoedingsregeling is getroffen of de bodemprocedure anders beslist.